Je telefoon vraagt zelden in één keer een uur van je. Meestal neemt hij kleine stukjes aandacht: een melding, een korte reactie, een snelle controle van het nieuws. Elk moment lijkt onschuldig, maar samen vormen ze een patroon waarin je steeds opnieuw uit je eigen gedachten wordt gehaald.
Het lastige is dat die onderbrekingen niet altijd vervelend voelen. Ze bieden een makkelijke overgang tussen twee taken en vullen ongemakkelijke stiltes. Toch betaal je ervoor met concentratie. Na iedere blik op een scherm moet je opnieuw bepalen waar je ook alweer mee bezig was.
Afstand nemen hoeft geen radicale stap te zijn. Leg je telefoon tijdens één maaltijd buiten bereik. Zet meldingen uit die niets direct van je vragen. Laat hem tijdens een wandeling in je tas zitten in plaats van in je hand. Zulke kleine grenzen werken omdat ze je niet vragen een ander mens te worden. Ze maken alleen de automatische beweging iets minder vanzelfsprekend.
Na verloop van tijd merk je wat er terugkomt. Een gesprek wordt langer, een wandeling krijgt meer details en een idee kan even blijven staan zonder meteen te worden onderbroken. De winst is niet alleen de tijd die je niet op je scherm doorbrengt. Het is vooral de kwaliteit van de aandacht die je weer aan jezelf, anderen en je omgeving kunt geven.